Inleiding | Voeding en vertering

inleiding | Voeding en vertering

Net als alle andere organismen is de mens opgebouwd uit voedsel. Voedsel levert je lichaam alle stoffen die je nodig hebt voor je stofwisseling. Voedsel heeft veel invloed op je cellen. Door verkeerde voeding kunnen je cellen ontregeld raken. Ze stoppen bijvoorbeeld met delen, of ze delen juist te snel.
Het spijsverteringsstelsel
© onbekend
De bruikbare bestanddelen van voedingsstoffen noem je voedingsmiddelen, bijvoorbeeld vetten en eiwitten. Deze voedingsmiddelen moeten verteerd worden, pas na de vertering kunnen ze worden opgenomen in je bloed en later in je cellen, waar het bijvoorbeeld als energieleverancier of bouwstof wordt gebruikt. In dit hoofdstuk wordt precies beschreven hoe de vertering in zijn werk gaat. Veel voedingsmiddelen bevatten additieven, en/of ongewenste stoffen. zo leer je onder andere hoe je kunt nagaan of een bepaald voedingsmiddel schadelijke hoeveelheden van een bepaalde stof bevat. Ook gaat het over enzymwerking in verschillende onderdelen van het verteringsstelsel. Er wordt uitgelegd hoe het voedsel in stukjes wordt uitgeknipt waardoor het mogelijk wordt het voedsel te verteren. Er wordt ook nog besproken hoe het voedsel dat je inslikt uiteindelijk in je bloed en je cellen terecht komt. Het beschrijft de weg dat een voedingsmiddel (en uiteindelijk voedingsstoffen) aflegt in je lichaam, en de veranderingen die het voedingsmiddel ondergaat. Water speelt ook een grote rol in de vertering. Alle verteringsreacties berusten op hydrolyse. Dit betekent letterlijk splitsen met water (hydro = water, lysis = oplossen, vernietigen). Meer hierover kan je lezen in paragraaf vier. Cellen hebben een continue aanvoer van voedingsstoffen en brandstoffen nodig. Ze zijn immers altijd bezig. Hiervoor is veel energie nodig. er wordt precies uitgelegd hoe cellen de aanvoer van voedings- en brandstoffen op peil proberen te houden.