Inleiding |

inleiding |

We weten allemaal dat DNA het belangrijkste molecuul is in ons lichaam. DNA is het belangrijkste bestandsdeel van chromosomen met gecodeerde erfelijke informatie: de genen. Het moet nu onderhand ook wel bekend zijn dat DNA zich bij de celdeling in de S-fase het DNA klaar maakt voor replicatie (verdubbeling). Alleen, hoe gaat die DNA-replicatie nou eigenlijk in zijn werk. In dit hoofdstuk zullen we een klein begin maken met DNA-replicatie. Door middel van kleine previews proberen we je warm te maken voor dit onderwerp: DNA-replicatie. Voorafgaand aan een celdeling verdubbelen DNA-moleculen in de S-fase. Elk molecuul kopieert zich. De DNA-replicatie start wanneer enzymen de waterstofbruggen tussen de basen verbreken. De strengen wijken als een rits uiteen, waardoor een replicatievork ontstaat. Beide strengen vormen de basis voor een nieuw DNA-molecuul, dat uiteindelijk uit een oude en een nieuwe complementaire streng bestaat. Dit eerste proces noemen we semi-conservatieve replicatie. Verschillende enzymen zijn actief bij de replicatie van het DNA-molecuul. In de ene streng vindt de DNA-synthese ononderbroken in voorwaartse richting plaats. In de andere streng gebeurt dat in achterwaartse richting, waarbij korte stukjes DNA ontstaan, die vervolgens met elkaar verbonden worden. Om de eiwitten de juiste instructies te geven heeft het lichaam hier wat opgevonden. DNA bevat de blauwdruk voor alle eiwitten van een organisme. Eiwitten ontstaan in het cytoplasma. De overdracht van de DNA-informatie naar de ribosomen in het grondplasme gebeurt door middel van een tussenstof: boodschapper- of messenger-RNA (mRNA). RNA is net als DNA een nucleďnezuur. Een mRNA-molecuul bestaat uit een enkele streng. mRNA bevat voor slecht een enkel gen de informatie, daarom is het vele malen korter dan een DNA-molecuul. Het overschrijven van DNA-taal naar RNA-dialect vertoont overeenkomsten met de replicatie van het DNA. Een transcriptie begint met het uit elkaar halen van de DNA-strengen onder invloed van RNA-polymerase. Dit gebeurt voor elke gen steeds op dezelfde plaats, herkenbaar aan dezelfde basenvolgorde. Vervolgens verplaatst het RNA-polymerase zich langs een van de twee DNA-strengen in de 3’ ? 5’ richting, terwijl het RNA in de 5’ ? 3’ richting groeit en uit gaat steken buiten het DNA molecuul. Het is opvallend dat de transcriptie altijd aan dezelfde streng plaatsvindt, aan de template-streng. De andere DNA-streng is de coderende streng, die dezelfde basenvolgorde heeft als het gevormde RNA. De transcriptie stopt op het moment dat het RNA-polymerase het eind van het gen bereikt. Dit einde is ook te herkennen aan een karakteristieke basenvolgorde. Dit was een kleine inleiding van hoofdstuk 10: DNA, het molecuul van de 20ste eeuw. Hopelijk heb ik je warm kunnen maken voor dit hoofdstuk en duidelijk kunnen laten zien wat er allemaal zal worden behandeld. Veel succes met het leren van dit hoofdstuk.