Inleiding | Regeling en gedrag

inleiding | Regeling en gedrag

Geen regeling en geen (aanpassen van) gedrag? Dat wordt een puinhoop! Je zou er niet vrolijk van worden als de turbine in de elektriciteitscentrale zelf zou beslissen of, en hoe snel, hij zou draaien. Je verwacht dan dat op het ene moment de lampen sterker zouden branden dan op het andere moment. Als ze al branden. De werkelijkheid kan veel bizarder zijn: alle elektriciteitscentrales zijn tegenwoordig via een hoogspanningsnet met elkaar gekoppeld. Een halve eeuw geleden was dat nog niet het geval. Na de 2e wereldoorlog moest Duitsland herstelbetalingen doen. Het oosten van ons land ontving zodoende elektriciteit uit Duitsland. Om ons dwars te zitten, leverde Duitsland de gewenste energie vaak af met een frequentie die afweek van 50Hz. Als er toen televisie had bestaan, dan hadden de kijkers voortdurend een rollend beeld gezien tengevolge van het feit dat de kloksnelheden van zend- en ontvangstapparaten niet overeenkwamen. Gevoelige meetinstrumenten hadden er destijds wel last van. Stationsklokken ook. Maar wonderlijk genoeg reed de NS toen beter op tijd dan tegenwoordig. Elektriciteit kun je niet bewaren, -er bestaat geen verse stroom- dus wordt er ieder moment evenveel geproduceerd als er wordt afgenomen. Dat betekent dat er problemen kunnen ontstaan als het er ergens stil valt. Niet lang geleden werd in Duitsland boven de rivier de Ems een hoogspanningsleiding afgeschakeld om veilige doorvaart van een groot schip mogelijk te maken. Er stroomde toen plotseling geen elektriciteit meer naar de westkant van de Ems, met als gevolg dat de vraag aan de dichtstbijzijnde centrale groter werd dan de maximale vraag. De beveiliging in die centrale zette de boel stil; de volgende centrale reageerde net zo en viel stil; en de volgende enz. Tot aan de Franse en Belgische Kanaalkust toe. Treinen stonden er stil, mensen zaten er vast in liften, lichten gingen uit, een geboortegolf werd gevreesd. In huis hebben we de kamerthermostaat. Een modern exemplaar zorgt dat de CV-ketel volgens een programma naar behoefte warmte levert. Als bevriezing dreigt dan schakelt de thermostaat zonodig midden in de nacht de ketel in. Op rustige dagen, b.v. in het weekend, schakelt de thermostaat de ketel later in dan op drukke dagen. Moderne thermostaten leren hoe ze moeten reageren om het huis waarin zij zijn geplaatst zo comfortabel en zuinig mogelijk te verwarmen. Als wij verlangen dat het bijvoorbeeld s morgens om 8 uur 20C is dan zal een moderne thermostaat ruim van tevoren de ketel inschakelen. Vervolgens meet hij wanneer de kamer op temperatuur is. De volgende dag zal hij proberen de ketel zoveel later in te schakelen, dat de kamer precies op 8 uur op temperatuur is. Als de buitentemperatuur afneemt is het in de kamer ook kouder. De thermostaat leert ook dan eerder te reageren. En als we het huis extra isoleren, dan heeft een moderne thermostaat dat binnen een paar dagen begrepen. En binnen een paar dagen zal hij zijn gedrag aanpassen. In de techniek wordt veel geregeld om te zorgen dat datgene gebeurt wat gewenst is. Verstoringen worden in de meeste gevallen keurig opgevangen. In een enkel geval heeft een onverwachte ingreep van buitenaf rampzalige gevolgen. Sommige stromen kunnen niet ongestraft worden stilgezet. Leerprocessen leiden tot verandering van gedrag. Processen hebben een dag-en-nachtritme Enzovoort. De overeenkomst tussen techniek en biologie is opvallend. Net als een elektriciteitscentrale heeft ons lichaam energie nodig. Een deel daarvan wordt in ons lichaam omgezet in warmte. Net als in de CV-ketel is het van belang dat de temperatuur in jouw body binnen zekere grenzen blijft. Want een soort die zichzelf overkookt sterft vroeg of laat uit!