Inleiding | Bloemen, vruchten en zaden

inleiding | Bloemen, vruchten en zaden

Bloemen Al in de Oudheid dacht men bij bloemen aan schoonheid. Op oude fresco’s en mozaïeken zijn afbeeldingen van bloemen gevonden. De Romeinen gebruikten bloemen als symbool van welvaart. Abundantia, de godin van de overvloed, werd op munten afgebeeld als een jonge vrouw, met een krans van bloemen. En in haar rechterhand een hoorn des overvloeds vol bloemen en vruchten. Bloemen zijn altijd het perfecte geschenk geweest, door hun schoonheid en doordat ze staan voor overvloed. Het zijn geschenken zonder enig nut, maar meestal zijn ze behoorlijk duur. Dat was vroeger niet anders. De gever probeerde met zijn dure bloemen dus ook meestal zo veel mogelijk uit te drukken. Geen wonder dat aan vorm en inhoud van een boeket in de loop van de tijd grote waarde werd gehecht. Een boeket was een soort brief waar je een boodschap mee kon brengen; In de bloemensymboliek betekent een rode roos Ik hou van jou; met een gele roos geef je jouw vriendschap aan, en met het geven van een krokus schreeuw je uit dat je vindt dat de ander misbruik van je maakt. Een tulp betekent perfecte liefde. Aan de liefde zijn velen ten onder gegaan. Net als aan de tulp, maar dat is een ander verhaal. De tulp werd voor het eerst in 1562 ingevoerd. Via de Antwerpse haven. Als bloembol. Van oorsprong komt deze lelieachtige uit Iran en Afghanistan. In de Ottomaanse tijd droegen sultans een tulp op hun tulband (tulipan=tulband). De eerste bollen verschenen rond 1593 in Nederland. De invoer bleef jarenlang beperkt. Tussen 1630 en 1637 nam de vraag steeds verder toe en vlogen de prijzen omhoog. Vooral de zeldzame soorten waren duur. Op het toppunt van de tulpenmanie werd een enkele tulp (de Semper Augustus) voor 6000 gulden verkocht, dat was toen meer dan de waarde van een statig grachtenpand in Amsterdam. Rond 1636 werd in heel Nederland op beurzen in tulpen gehandeld. Aan het einde van dat jaar was de rage op zijn hoogtepunt. De handelaren verkochten toen bollen van tulpen die net de grond waren ingegaan of die zelfs nog geplant moesten worden. Er werden zelfs soorten verkocht waarvan men nog niet wist hoe de strepen zich zouden ontwikkelen. De autoriteiten hadden deze windhandel verboden. Daarom vond die in het geheim plaats in. In duistere kroegen en herbergen. In februari 1637 gingen de prijzen niet verder omhoog. Prompt begonnen de handelaren te verkopen. Onmiddellijk ontstond er een marktoverschot en stortten de prijzen in. Sommigen waren door contracten gedwongen alsnog bollen voor veel te hoge prijzen te kopen; anderen bezaten bollen die maar een fractie waard waren van de prijs die zij hadden gekost. Duizenden verloren hun hele bezit. Rechtbanken beschouwden deze manier van handeldrijven als gokverslaving en wezen contractverplichtingen niet toe. Een overheidsmaatregel om de waarde van contracten tot 10% van het oorspronkelijke bedrag terug te brengen bleek zinloos. De bollen waren zelfs dat schijntje niet waard. We weten nu dat de bollen die in de tijd van de tulpenmanie het duurst waren, (de bollen waarop dus het meest werd verloren), zoals gestreepte tulpen (b.v. de Semper Augustus) en geveerde tulpen (Triumphe de l'Europe) hun bijzondere uiterlijk aan een virus te danken hadden. Alle 17e eeuwse tulpenhandelaren zijn dus eigenlijk aan een virusinfectie ten onder gegaan. Met de biologische kennis van nu kunnen we hier gemakkelijk flauwe grappen over maken. Die biologische kennis hebben we in honderden jaren opgedaan. En er is nog veel te ontdekken. Waar wacht je op?