Inleiding | Regeling

inleiding | Regeling

In je lichaam vinden vele processen tegelijkertijd plaats. Bovendien reageert je lichaam op gebeurtenissen (veranderingen) buiten je lichaam. Als je bijvoorbeeld hardloopt, bewegen je spieren op de juiste manier en reageer je tegelijkertijd op je omgeving. Ook zijn je hartslag en je ademhaling aangepast aan deze activiteit. Al deze processen worden geregeld door het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de grote hersenen, de kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit de zenuwen. De zenuwen verbinden het centrale zenuwstelsel met alle delen van het lichaam. Hoe werkt het zenuwstelsel? In receptoren ontstaan impulsen onder invloed van prikkels. De zenuwcellen geleiden deze impulsen naar het centrale zenuwstelsel, deze verwerkt het en geleiden de impulsen. Spieren of klieren (effectoren) reageren op de impulsen. De effectoren worden gestimuleerd of geremd. Het hormoonstelsel bestaat uit hormoonklieren die hormonen produceren. De hormonen worden meestal afgegeven aan het bloed. De hormonen regelen de werking van organen. De mate van de reactie hangt af van de concentratie van het hormoon in het bloed (hormoonspiegel). Het zenuwstelsel regelt processen die snel gebeuren, bijvoorbeeld bewegingen. Het hormoonstelsel regelt in het algemeen processen op langere termijn, bijvoorbeeld de groei. Hopelijk heeft deze kleine introductie van het thema Regeling je een duidelijk overzicht gegeven van wat er allemaal zal worden behandeld. Veel succes met het leren van dit hoofdstuk over de regeling in ons lichaam.