Inleiding | Waarneming

inleiding | Waarneming

Waarnemen doet iedereen, elk mens en elk dier. We hebben vijf zintuigen, namelijk ruiken, voelen, proeven, horen en zien. Elke dag heb je al deze zintuigen hard nodig. Zonder deze zintuigen zou een organisme niet kunnen leven. We zien door onze ogen. Eigenlijk vind bijna elk mens het oog het belangrijkste zintuig dat er bestaat, omdat je elke dag de wereld waarneemt met je ogen. De kogelvormige oogbol wordt door spieren en een hard oogvlies op zijn plaats gehouden. In het gebied van de iris, het gekleurde gedeelte van je ogen, gaat het harde oogvlies over in het doorzichtige hoornvliesje. Elke keer wanneer we knipperen met onze ogen maakt het ooglid het hoornvlies schoon en vochtig zodat het oog beschermt is tegen uitdroging. Door de ronde zwarte punt gaan de lichtstralen het oog binnen. De iris kan verschillende groottes aannemen. Wanneer het donker is, opent de iris zich meer dan normaal om alles helderder te kunnen zien, wanneer er heel fel licht is knijpen je ogen zich samen en wordt de iris kleiner. Op deze manier bepaald de iris hoeveel licht het oog binnenkomt. Wanneer je een verrekijker scherp gaat stellen gaat de lens naar voren of naar achteren, ook het oog stelt zichzelf scherp, maar niet door middel van naar voren en achteren te gaan maar door het vervormen van de lens. Dit gebeurt met behulp van spieren die de lens samenknijpen of uit elkaar strekken. Achter het oog dat zichtbaar is, zit het glasachtig lichaam, een geleiachtige substantie. Deze laat de lichtstralen tot op de achterwand van het oog komen waar het netvlies zit. Het beeld dat bij het kijken naar iets wordt vastgelegd op het netvlies, wordt opgevangen door zenuwcellen, deze is verdeeld in staafjes en kegeltjes. De staafjes vangen zwart en wit kleuren op en de kegeltjes de kleuren. Deze zenuwcellen geven de informatie door aan de hersenen en doordat dit gebeurd kunnen wij zien. Met onze oren horen. De mens hoort 1500 verschillende tonen. Naast het zien is het gehoor het belangrijkste gezichtsvermogen. Het oor bestaat uit drie onderdelen: het uitwendige oor, het middenoor en het binnenoor. Elk deel heeft verschillende taken. Het oor functioneert als volgt: het uitwendige oor is een soort trechter die geluiden opvangt en ze naar het trommelvlies leidt. Het trommelvlies is luchtdicht en sluit het af van het binnenoor. Door de geluidsgolf ontstaan trillingen en vervolgens begint de hamer die zich ook in het oor bevind te trillen. Vervolgens gaat deze trilling door als geluidsbeeld naar een volgend vlies, deze leidt de trillingen naar het slakkenhuis, een soort buisje gevuld met vloeistof. Doordat de trillingen ervoor zorgen dat de vloeistof gaat bewegen worden deze trillingen doorgegeven aan de hersenen. Door de neus en de mond kunnen we ruiken en proeven. Samen vormen deze twee zintuigen de reuk. Het reukorgaan kan ons vertellen wanneer er een cake wordt gebakken, zonder dat we die cake zien. Het grootste gedeelte van de neus dient als luchtstroom naar de longen. Hoog in de neus zit het reukslijmvlies, daar zitten cellen die geuren kunnen waarnemen. Een mens kan tussen de 10.000 en 40.000 geuren onderscheiden. Hoe iets smaakt vertelt onze tong. De tong bevat ongeveer 10.000 verschillende smaakknopjes. De tong herkent vier verschillende smaken: bitter, zoet, zout en zuur. Wanneer we ouder worden gaat onze smaak achteruit, als baby kun je 10.000 smaken herkennen en als oud vrouwtje/heertje kun je er nog maar 2000 herkennen. Elk mens heeft een beschermende laag om zich heen: de huid. Een volwassene heeft tussen de 1,6 en 2.0 m2 huid. De huid is op de oksels en oogleden ongeveer 1 mm dik en aan de handpalmen en voetzolen zo'n 4 mm. De toplaag van de huid is waterdicht, deze bestaat uit allemaal dode cellen. Onder de opperhuid bevinden zich wel levende cellen die zich elke 27 dagen vervangen. De tweede huidlaag is de lederhuid, deze bevat de zenuwen en bloedvaten en de derde huid bevat vet. In de huid zitten tastlichaampjes, het meest in de vingertoppen, dat is wel zo handig, want met onze handen aaien, voelen en pakken we. Door zenuwcellen wordt dit aan de hersenen doorgegeven, op die manier weten we wat we aanraken.