Inleiding | Bescherming

inleiding | Bescherming


© onbekend
Het afweersysteem van de mens bestaat uit zo'n duizend miljard (=1012) cellen. Samen wegen deze cellen net zoveel als je lever, namelijk +/- 1 kilo. Witte bloedcellen zijn de directe verdedigers van het afweersysteem. Zij kunnen lichaamsvreemde - van lichaamseigen cellen onderscheiden en de lichaamsvreemde cellen onschadelijk maken. De witte bloedcellen zijn onderverdeeld in twee soorten lymfocyten en diverse soorten fagocyten, deze hebben allemaal een eigen taak in de verdediging tegen ziekteverwekkers. Er is geen centraal orgaan wat deze afweer regelt, alles gaat via communicatie en samenwerking tussen de cellen. Hiervoor produceert het afweersysteem boodschapperstoffen en signaalstoffen als interferon en cytokinen. Het lichaam wordt op drie manieren verdedigd tegen ziekteverwekkers. Ten eerste is er de primaire verdediging wat ervoor zorgt dat de ziekteverwekkers het lichaam niet binnen kunnen dringen. Je kunt hierbij denken aan de huid en de neus, wat alles filtert. Ten tweede heb je het algemene afweersysteem in je lichaam. Deze zijn niet gespecialiseerd in het herkennen van verschillende soorten ziekteverwekkers. Wel herkennen zij ziekteverwekkers in het algemeen en roeien deze uit. Als het hier gaat om een tè grote ziekteverwekker is deze één op één methode niet handig omdat het veelte langzaam gaat. Hiervoor heeft het lichaam ook nog een derde verdediging tegen ziekteverwekkers namelijk de specifieke afweer. Deze zorgt ervoor dat er veel lymfocyten en geheugencellen gevormd worden waardoor de ziekte snel en efficiënt uitgeroeid en onthouden wordt zodat het de volgende keer als het lichaam er mee in aanraking komt weer herkend wordt. De witte bloedcellen, voor de specifieke en algemene afweer, ontstaan in het rode beenmerg uit stamcellen. Uit deze stamcellen komen per dag miljoenen verschillende lymfocyten. Deze lymfocyten ontwikkelen zich tot B-lymfocyten (in het beenmerg) en T-lymfocyten (in de thymus). Ruim 95% van deze lymfocyten gaat weer dood zonder dat zij gebruikt zijn. Toch is het van groot belang dat deze lymfocyten gevormd worden omdat het lichaam voldoende lymfocyten moet hebben als zij in aanraking komt met een grote ziekteverwekker. Wanneer een ziekteverwekker voor het eerst in je lichaam komt zijn de lymfocyten nog niet geactiveerd. Het duurt daarom een tijdje voordat zij de ziekteverwekker aan kunnen vallen. In deze tijd vermeerderd de ziekteverwekker wat tot gevolg heeft dat je ziek wordt. Wanneer de lymfocyten geactiveerd zijn en zij de ziekteverwekker kunnen bestrijden doen zij dit en worden er geheugencellen gevormd waarin de informatie over de ziekteverwekker bewaard wordt. Als je later opnieuw wordt geïnfecteerd met dezelfde ziekteverwekker wordt deze ziekteverwekker herkend aan zijn antigenen. Deze zitten op het celmembraan van elke cel en het zijn een soort 'herkenningseiwitten'. Elk individu en elk organisme heeft zijn eigen antigeencombinatie, hierdoor kan de ziekteverwekker herkend worden door het afweersysteem. De geheugencellen worden, bij het herkennen van de ziekteverwekker, geactiveerd waardoor er snel een grote groep actieve lymfocyten gevormd kan worden waardoor de ziekteverwekker snel uitgeschakeld wordt. Je merkt meestal niet dat in aanraking bent gekomen met de ziekteverwekker, je bent immuun.