Inleiding | Mens en milieu

inleiding | Mens en milieu

Het milieu beinvloed alle levende organismen op aarde. Voor de mens komt zon beetje alles uit het milieu. De mens beinvloed het milieu ook. Zo kunnen we dingen uit het milieu ontrekken, het veranderen, uitputten, vevuilen of het aantasten. Dit gebeurt in steeds grotere getallen, dat komt omdat de wereldbevolking groeit en de mens anders is gaan leven(oftewel bevolkingsdruk). Door de explosief groeiende wereldbevolking is er steeds meer eten nodig. Door dingen als ruilverkaveling, verbeterde infrastructuur en storting van afval wordt het gewijzigd en vervuild.Veel soorten komen zo op de lijst van bedreigde soorten te staan.

Om het rendement van een stuk land zo hoog mogelijk te maken, worden er naar steeds betere manieren van landbouw gezocht. Zo wordt er bemesting, bodembewerking, bescherming van plagen en ziektes en monocultuur toegepast om het te behalen. Tegen insectenvraat wordt meestal een chemische bestrijder gebruikt(pesticiden). Soms is die soortspecifiek en soms ook niet. Een nadeel van chemische bestrijding is dat soorten er meestal vrij snel resistent voor worden. Een andere keuze is dan om een natuurlijke vijand in te zetten. Daar hebben andere organismen ook geen last van. Om de productie nog meer op te voeren wordt veredeling gebruikt. Hierbij wordt er op een specifieke eigenschap van een plant of dier gekweekt, zodat de productie daarvan hoger wordt.

De lucht wordt ook vervuild, dit wordt emissie genoemd. De bekenste zijn de uitstoot van koolstofdioxide, zwaveloxide en stikstofoxiden, wat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Daarnaast bestaat de lucht nog uit zuurstof, waterstof, salpeterzuur en zwavelzuur. Door de vervuiling met zure stoffen was in de jaren tachtig er veel sprake van zure regen. Hierdoor verzuurde het grondwater en werden bomen aangetast. Inmiddels is het zure regen probleem een stuk minder door het gebruiken van filters wat de zure stoffen eruit filterd. Door o.a verkeer komt er ozon in de lucht, dit tast mensen en dieren hun longen aan en remt de groei bij planten. Door de koolstofdioxide-uitstoot wordt het broeikaseffect versterkt, hierdoor wordt de aarde warmer en treed er klimaatsverandering op.

Het water en de bodem hebben beide een natuurlijk reinigend vermogen. Maar als er teveel vervuiling in zit, werkt het niet meer goed en kan het zelf ophouden. Overbemesting is een van de boosdoeners. Bij de bodem speelt ontbossing ook een belangrijke rol. Als alle bomen weg zijn waait/spoelt de vruchtbare humuslaag weg, daardoor verandert het langzaam in een woestijn. In het water komen er heel veel algen en kroos doordat er veel mineralen in het water zijn. Uiteindelijk verstikken die alle beesten in het water omdat er geen zuurstof in het water meer is.